“Duurzaamheid in foodservice moet vooral werkbaar moet zijn”
De rol van de groothandel volgens Solucious
Voor bijna 60% van de foodservice-ondernemers mag de groothandel meer aandacht besteden aan duurzaamheid, maar de manier waarop die verwachting zich vertaalt naar aankoop- en keukenpraktijk verschilt sterk. Dat blijkt uit het onderzoek 'FutureFit Foodservice' van AP Hogeschool. We legden enkele conclusies voor aan Christel Maes en Helga Webers van Solucious.
Zo eenvoudig en betaalbaar mogelijk
Solucious positioneert zich als Belgische foodservicegroothandel binnen Colruyt Group en levert aan meer dan 25.000 professionele klanten, van horeca en grootkeukens tot scholen en zorginstellingen. Online bestellen vormt de basis, met levering tot in de voorraadruimtes. Dat model vertrekt expliciet vanuit het verschil met retail: de klanten van Solucious zijn professionals, voor wie het verzorgen van maaltijden de kerntaak is.
In dit gesprek delen Christel Maes, coördinator duurzaam ondernemen, en Helga Webers, verantwoordelijk voor marketing, hoe zij naar die realiteit kijken, welke keuzes volgens hen echt doorwegen en waarom de rol van de groothandel erin bestaat duurzame keuzes zo eenvoudig en betaalbaar mogelijk te maken. Zonder extra druk te leggen op keukenorganisatie, tijd of budget en best via kleine, werkbare stappen.
Verwachtingen versus praktijk
Bijna 60% van de foodservice-ondernemers verwacht meer aandacht voor duurzame producten van hun groothandel – vindt u dat groothandels in het algemeen daarin al voldoende tegemoetkomen?
Christel Maes: “We kunnen natuurlijk niet spreken voor de volledige foodservicemarkt, maar bij Solucious houden we die vinger sterk aan de pols. We capteren verwachtingen via aanbestedingsdossiers, via jaarlijkse duurzaamheidsbevragingen bij grote klanten en via onze verkopers die dagelijks feedback krijgen.”
Helga Webers: “Wat onze positie mee uniek maakt: we zijn het enige foodservicebedrijf dat deel uitmaakt van de grootste retailer in België, Colruyt Group. En die groep loopt in duurzaamheid al langer voorop. We voelen ook verschillen tussen segmenten: de public- en healthsector is vaak formeler en strikter in verwachtingen dan de horecasector.”
Christel Maes: “In aanbestedingen zie je dat duurzaamheid meespeelt, maar meestal nog niet als doorslaggevend element. Eerder als randvoorwaarde. Het gewicht dat eraan wordt toegekend blijft vandaag beperkt. Dat betekent niet dat er geen beweging is, wel dat de stap naar ‘hard’ aankoopcriterium nog niet overal gezet is.”
Van verpakking naar assortiment
Duurzaamheid wordt door foodservice-ondernemers vooral geassocieerd met verpakking en afval, maar nauwelijks met voeding zelf. Ligt daar ook een verantwoordelijkheid bij leveranciers om het aanbod en de perceptie te verbreden?
Webers: “Verpakking is het meest zichtbaar, dus logisch dat klanten dat snel als duurzaamheid zien. Maar het gaat veel breder. Wij proberen dat ook zo te benaderen: via assortiment, logistiek en onze eigen werking. We hebben bijvoorbeeld een breed aanbod veggie/vegan/bio en geven technische fiches en certificaten mee. We zetten ook sterk in op de eiwitshift, als deel van de bredere Colruyt Group-aanpak. Wie in ons assortiment zoekt op ‘yoghurt’, krijgt bijvoorbeeld ook de plantaardige varianten te zien. Zo werken we niet sturend, maar tonen we wel dat wie wil, kan kiezen voor plantaardig. Via onze website ondersteunen we de eiwitshift met inspiratie en duiding, onder meer rond labels en certificeringen.”
Webers: “En er is nog iets: de ondernemer in de horeca is vandaag vooral bezig met rendabiliteit, personeel, keukenorganisatie en foodcost. Als leverancier moet je dus niet alleen vertellen wat duurzaam is, maar ook tonen waarom het werkbaar is in hun realiteit.”
"Duurzaamheid is voor veel ondernemers een groot en complex verhaal. Dan helpt het als je in kleine stappen werkt, transparant bent en ook laat zien dat niet alles perfect loopt"
Kleine ingrepen, structurele impact
Hoewel 7 op de 10 ondernemers duurzaamheid als prioriteit zien, wordt duurzaam inkopen nog opvallend weinig toegepast. Zou de groothandel hier niet veel proactiever moeten sturen?
Maes: “Sturen is een moeilijk woord. Wat wel kan, is alle info en tools geven om zo duurzaam mogelijk te kiezen. Dat gaat niet alleen over producten, maar ook over leveringen. Die ondersteuning zit ook in onze eigen organisatie. Als 100% e-commerce speler zonder eigen winkels bundelen we bestellingen centraal en leveren we rechtstreeks tot bij de klant. Het hubmodel, ondersteund door routeplanning en de elektrificatie van het vrachtwagenpark, moet het aantal gereden kilometers en CO2-uitstoot maximaal beperken.”
Webers: “We willen eerder spreken over nudging. Duurzaamheid is voor veel ondernemers een groot en complex verhaal. Dan helpt het als je in kleine stappen werkt, transparant bent en ook laat zien dat niet alles perfect loopt. Concreet vertaalt Solucious die werkbaarheidslogica ook in het aanbod van eigen merken. Culino, ontwikkeld voor professionele chefs, en Econom, gericht op prijsbewuste keukens, zijn producten die gebruiksgemak, kwaliteit en duurzaamheid combineren. Dat sluit aan bij wat in het gesprek terugkomt: duurzame keuzes moeten ook operationeel en financieel kloppen.”
Voedselverspilling tegengaan is één van de populairste duurzaamheidsacties, maar tegelijk blijven samenwerkingen met voedselbanken of technologie nog onderbenut. Hoe kunnen groothandels klanten hierbij concreet helpen?
Maes: “Wij werken structureel samen met onder meer voedselbanken en Moeders voor Moeders. Producten die we niet meer mogen verkopen, bijvoorbeeld omdat de houdbaarheidsdatum te dichtbij komt, kunnen nog perfect eetbaar zijn. Dan zoeken we manieren om die niet verloren te laten gaan.”
Webers: “Voor klanten zit winst vaak in verpakking en porties. Daarom bieden we zowel retailverpakkingen als grootverpakkingen aan, afhankelijk van de noden. En bij onze eigen merken kijken we niet alleen naar recycleerbaarheid, maar ook naar portioneerbaarheid en houdbaarheid, net om verspilling te vermijden.”
Maes: “Technologie kan helpen, maar is niet vanzelfsprekend. We deden een pilootproject met een slimme weegschaal: dat vraagt investering én werklast. Denk aan installatie, kalibratie en data interpreteren. Het is niet voor elk type klant. Voor sommigen volstaan eenvoudigere tools om reststromen op te volgen en bij te sturen.”
Die nadruk op praktische stappen komt ook terug in het workshopaanbod: Solucious organiseert o.a. een praktische workshop rond foodwaste met tips om verspilling te minimaliseren zonder in te boeten op smaak.
Volgens het onderzoek willen ondernemers vooral via de website en fysieke winkelpunten van de groothandel geïnformeerd worden over duurzame producten. Hoe vertaalt Solucious die voorkeuren in zijn communicatie en aanbod?
Webers: “Wij hebben geen fysieke winkels. De webshop is onze winkel. Alles wat we aanbieden rond inspiratie, Academy, workshops en recepten is daar terug te vinden. Daarnaast blijft persoonlijk contact via accountmanagers cruciaal.”
Webers: “We zetten ook social media en events in, zeker op momenten dat thema’s zoals de eiwitshift extra aandacht krijgen. En op beurzen en eigen evenementen proberen we klanten niet alleen te informeren, maar ook te laten proeven en ervaren: een evenwaardig alternatief aanbieden werkt vaak sterker dan een theoretisch verhaal.”
Als je alles bundelt: waar kan de groothandel écht het verschil maken richting 2030?
Maes: “Voor mij zit de hefboom in drie dingen: logistiek (minder kilometers), assortiment (duurzame alternatieven zichtbaar maken) en afval- en verspillingreductie. Dat zijn domeinen waar je als groothandel structureel impact kunt creëren, ook zonder dat elke klant daar dagelijks mee bezig is.”
Webers: “En het helpt als je dat kunt onderbouwen. Het is geen toeval dat Solucious extern beoordeeld wordt: we kregen een zilver EcoVadis-label, en scoorden zelfs binnen de topgroep van de groothandel die door EcoVadis werd geëvalueerd. Dat maakt het gesprek met klanten concreter: dit is geen losse claim, maar een traject.”
