WAT ETEN WE OVER 30 JAAR?
Foodservice Alliance laat licht schijnen op toekomst van de voedingsindustrie

Wat zal er in 2050 op ons bord liggen? Rond die vraag organiseerde Foodservice Alliance op 26 september in Ternat haar jongste ‘Insights & Inspiration’-evenement. Eensgezindheid binnen het panel van ondernemers en experten was er allerminst, behalve over een ding: er zal samengewerkt moeten worden.
Tien miljard
In 2050 zullen er zo’n 10 miljard mensen op onze planeet leven. Hoe blijven we al die monden voeden, en dan nog liefst op een duurzame manier? Het is de vraag van één miljoen die menige speler in de voedingsindustrie bezighoudt. Foodservice Alliance zocht samen met hen naar antwoorden.
Korte keten
Een van die spelers is Microflavours. De start-up van jonge ondernemers Dario Vunckx en Tom Wilgos doet aan ‘urban farming’ in hartje Molenbeek. Met artificieel licht en door met de watertoevoer te spelen, kweken ze microgroenten – jonge scheuten van traditionele groenten – die ze per elektrische bakfiets afzetten bij topchefs in en rond Brussel. Door het stabiele klimaat kunnen ze perfect voorspellen wanneer welk product klaar zal zijn voor de oogst. De ondernemers bieden met hun stadsboerderij zo een antwoord op veranderende en extreme weersomstandigheden die in de toekomst almaar vaker zullen voorkomen.
“In een geindustrialiseerde en geglobaliseerde wereld blijft de korte keten toch zeer belangrijk“
Lokaal
Een pleidooi voor de korte keten viel ook te horen bij Lukas Lindemans van Belgocatering. “In een geïndustrialiseerde en geglobaliseerde wereld blijft de korte keten toch zeer belangrijk. Meer nog: ze wordt zelfs steeds korter”, liet de purchase director van de Aalsterse luxecateraar zich ontvallen op het einde van zijn keynote. Belgocatering werkt al lang samen met lokale boeren en experimenteert volop met ‘in house farming’: in kweekkasten en moestuintjes bij of in de bedrijfsrestaurants zelf kweken de chefs groenten en kruiden die ze meteen ter plaatse kunnen verwerken. In de toekomst wil Belgocatering er ook bijenkasten plaatsen om honing te produceren.
Onderscheidend vermogen
Het panelgesprek onder leiding van Nederlands voedingsjournalist Dick Veerman borduurde voort op hetzelfde thema: er liggen grote opportuniteiten in producten ‘van bij ons’. “Iedereen is op zoek naar onderscheidend vermogen, maar de markt heeft alle marges weggevaagd”, zei Pieter Verhelst (Boerenbond). “We moeten opnieuw meerwaardeproducten ‘van bij ons’ aanbieden en kunnen uitleggen aan de klant waarom dat product iets meer kost.”
Ook bij Colruyt wordt het lokale aspect steeds relevanter. Meer nog: consumenten vragen er expliciet om. “We zien vier thema’s waar de consument vandaag belang aan hecht en transparantie over eist: gezondheid, ecologische impact, dierenwelzijn en maatschappelijke impact”, aldus Stefan Goethaert van Colruyt Group.
Consumentenvertrouwen
Toch is er nog steeds een groot deel van de consumenten dat weinig of zelfs geen belang hecht aan waar de steak op zijn bord vandaan komt. “Het draait in de eerste plaats om vertrouwen in het product. Lokaal produceren is daar een oplossing voor, maar niet de enige”, zei Bernard Haspeslagh van Ardo. Goethaert: “We kunnen wel duizend keer zeggen dat ons voedsel veilig is; de consument gelooft het niet meer.”
Verhaal van de korte keten
Om die consument te overtuigen, is het ook belangrijk dat de foodservices het verhaal van de korte keten vertellen. Verhelst: “Als een foodservice een product wil, kan hij het halen waar het zit: in het buitenland, en meestal nog relatief goedkoop ook. Maar hij kan er geen verhaal mee maken. Als hij dat wel wil, dan moet hij investeren in lokale producten en samenwerken met lokale producenten. Dat is een fundamentele transitie.”
“We kunnen wel duizend keer zeggen dat ons voedsel veilig is; de consument gelooft het niet meer”
Landbouw
Want het blijft uiteindelijk de lokale landbouwer die het stukje wit-blauw of de krop sla ‘van bij ons’ moet produceren. Foodservices willen wel lokale producten inkopen, maar het aanbod is vooralsnog ontoereikend – die verzuchting viel bij meerdere leden van het foodservicenetwerk te horen.
Goethaert: “Het blijven onafhankelijke ondernemers die we niet moeten ‘sturen’, maar we kunnen wel aantonen waar de noden zitten.” Het was Jos Theys die het antwoord in een boutade samenvatte: “Als er iets aan verdiend kan worden, zal de boer het wel produceren.”
Grote uitdagingen
Iedereen was het erover eens dat we voor grote uitdagingen staan in de voedingssector. Moeten en kunnen de landbouwbedrijven wel alle snel veranderende trends volgen? De consument is wel ‘in for new’, maar waar zit de winstmarge? Kan de lokale productie opgeschaald worden? Wat met het grote aandeel van export in een regio als Vlaanderen? Het is duidelijk: er zijn nog veel vragen over hoe de voedingssector er in 2050 zal uitzien. Eén ding was alvast duidelijk: er is nood aan samenwerking. Charlotte Prové: “Veel spelers handelen vandaag nog uit eigenbelang, terwijl er een gedeeld belang is. Er zal samengewerkt moeten worden, hoewel dat niet evident is.” Ook Verhelst sloot zich daarbij aan: “Niemand kan het alleen, we zullen het samen moeten doen.”
Het panel
Jos Theys - Jos Theys Boerderij
Pieter Verhelst - Bestuurslid – Boerenbond
Stefan Goethaert - Algemeen directeur Fine Foods & Retail Services Colruyt Group
Bernard Haspeslagh- COO Ardo
Charlotte Prové - Research Associate – Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek